GIETER HEEREN (Deel 6)
(Gepubliceerd door J.A. Maas in Ons Erfdeel, Tijdschrift van de Historische Vereniging Gemeente Gieten, februari 2005)

Een spotrijm op een aantal plaatsen in deze omgeving luidt: ‘Drouwener bontrokken, Borgerder strontrokken, Bonner klossen, Eexter ossen, Gieter heren, Gasselter beren, wil aal ‘t laand regeren!’. Het is niet altijd na te gaan hoe een dorp aan zijn bijnaam is gekomen. ‘Gieter heren wil aal ‘t laand regeren!’ moet haast wel slaan op leden van de families Braams en Schummelketel. In de 19e eeuw brachten twee gezinnen in Gieten maar liefst zes burgemeesters en een predikant voort. Een bestuurlijke burgerlijke elite, die samen met adel, officieren en academisch gevormden met de titel ‘Heer’ door het leven ging. In de vorige aflevering was te lezen dat de militair Hendrik Wilhelm Schummelketel zich in 1810 in Gieten vestigde en later, in 1825, burgemeester en secretaris van de gemeente Gieten werd. Hij bleef eerste burger tot aan zijn dood in 1849. Deze aflevering gaat over zijn oudste zoon Hain.

DE HEER HAIN SCHUMMELKETEL

Een jonge stadse heer stapte in het najaar van 1809 op de Brink in Gieten uit de postkoets en begaf zich naar het logement Braams tegenover de kerk. De mensen in het dorp keken niet meer zo op van vreemden. Sinds Jan Braams, de eigenaar van het logement, schulte (eerste burger) van Gieten geworden was en in zaken was gegaan, waren er wel meer deftige heren naar Gieten gekomen om politieke kwesties met Braams te bespreken of zakelijke contracten af te sluiten. Maar deze vreemdeling kwam met een ander doel. "Mijn naam is Hain Schummelketel", zei de jongeling met een Zuid-Nederlands accent, "kan ik hier overnachten?". Dat was mogelijk. Jantje Hogenesch, de jonge echtgenote van Jan Braams, schreef met sierlijke letters in het hotel-register: ‘De Heer Hendrik Schummelketel, gedoopt 15 juli 1791 in Maastricht en woonachtig te Bentheim in Duitsland’. Terwijl Jantje met vloeipapier de inkt droogde dacht ze: ‘Hij is nog maar achttien; ik schatte hem ouder. Wat heeft hij een vreemde achternaam’. "Officieel heet ik Hendrik, maar iedereen noemt me Hain omdat mijn vader ook Hendrik heet", verduidelijkte de jongeling.

Nadat Hain Schummelketel zich wat had opgefrist vroeg hij waar de dominee woonde. "Hier vlakbij aan de overkant, de tweede boerderij rechts van de kerk", antwoordde het dienstmeisje. Aan dominee Heres maakte hij het doel van zijn komst naar Gieten duidelijk: "Mijn vader is gepensioneerd officier. Mijn moeder is overleden. Momenteel verblijft mijn vader in Bentheim doch hij wil naar Nederland terugkeren. Bovendien is hij van plan opnieuw in het huwelijk te treden. Mijn vader heeft een voorkeur voor Gieten als vestigingsplaats. Ik ben hier om dat voor te bereiden".

Op eerste kerstdag van het jaar 1809 vinden we de eerste vermelding van de naam Schummelketel in de archieven van Gieten. Dominee Heres schreef: ‘Voor de bediening van het avondmaal gehouden den 25 van wintermaand is met kerkelijke attestatie tot ons gekomen Hain Schummelketel van Bentheim’. Zijn vader kwam later naar Gieten en in verband met het voorgenomen tweede huwelijk werden er voor de minderjarige Hain en zijn zusje op 12 december 1810 voogden benoemd. Administrerend voogd werd de heer H.H. Beek te Anloo. Toeziend voogd werd de schulte van Anloo A. Braams, een broer van Jan Braams, de schulte van Gieten. Het gebeurde wel vaker dat hooggeplaatsten tot voogd werden benoemd voor kinderen van vreemdelingen. Over de opvoeding door zijn vader en stiefmoeder van Hain en zijn zusje stond er in de acte: ‘Wijdens hebben beide contonalen (aansprakelijken) aangenomen deze beide pupillen een goede opvoeding te geven en in kost en klederen te onderhouden en alles te laten leeren; wat tot een goede burgerlijke opvoeding behoort na tijds en standsgelegenheid, heen ten tijd dat dezelven den ouderdom van 23 jaren hebben bereikt’.

Hain hoefde niet in militaire dienst. Hij was klerk van beroep en werd rond oktober 1811 het enige personeelslid van de kort daarvoor door Napoleon ingestelde drie gemeenten: Anloo, Gieten en Gasselte. ‘Bij besluit van de 24e september 1811 no 6 behaagde het de Prefect de Heeren Maires (burgemeesters) in het Departement te autoriseren om zich ten koste hunner gemeenten van een griffier of assistent te voorzien’. De drie gemeenten hadden zich verenigd en gezamenlijk stelden zij Hain Schummelketel als secretaris/assistent aan omdat hij de Franse taal beheerste. Want de gemeentebestuurders waren verplicht een vertaler in dienst te nemen in deze 'Franse tijd’. Het salaris van Hain bedroeg 1260 francs voor de drie gemeenten gezamenlijk. Hain vestigde zich in Eext.

Maire van Anloo

Hain Schummelketel bekleedde maar kort deze functie van secretaris/assistent. Toen de maire van Anloo Albert Braams honorabel (eervol) ontslag vroeg omdat hij ‘uit hoofde van zijn aanstaande huwelijk voornemens was zich naar de gemeente Gieten te deplaceren en gevolglijk niet langer de functien van Maire in de gemeente Anloo kon waarnemen’, werd Hain Schummelketel als zijn opvolger voorgedragen en benoemd. Hain werd op 30 november 1812 geïnstalleerd als maire en legde de eed af ten overstaan van zijn voorganger en toeziend voogd A. Braams. Hain was toen 21 jaar oud. Zijn vader nam het baantje van secretaris/assistent voor de drie gemeenten over. Enige maanden na zijn installatie vroeg Hain Schummelketel aan de Onder-Prefect te Assen toestemming om in Eext te mogen blijven wonen en werken en ook het bureau van de mairie te Eext te mogen blijven behouden. Officieel behoorde hij als maire in Anloo te wonen. Die toestemming kreeg de jonge bestuurder. Toen de maires een opgave moesten verstrekken van aanzienlijken in hun gemeente die onder de wapenen moesten (de gardes d’honneur) saboteerde Hain Schummelketel dit -net als vele andere Drentse maires- en plaatste alleen welgestelden van middelbare en oudere leeftijd op de lijst die vanwege hun leeftijd geen dienst konden doen.

Scholtes van Anloo

Ruim een jaar na zijn benoeming tot maire van Anloo werden de Fransen verjaagd en werd Nederland een Koninkrijk onder Willem I. Hain Schummelketel bleef in functie. Alleen de naam van zijn ambt veranderde op 30 december 1813 in ‘scholtes’.

De jeugdige gemeentebestuurder had het kennelijk moeilijk met zijn gemeenteraad. In een brief aan het provinciebestuur over de evenredige verdeling van de belasting over de burgers van Anloo, gedateerd 23 mei 1814, klaagde hij zijn nood: ‘Daar echter de Raad, na omtrent een geheelen Dag over het brouillon (eerste ontwerp) dezer Repartitie (verdeling van de kosten) te hebben gewerkt, niet verkoos, zo lang bijeen te blijven tot dat dezelve in het net zoude zijn overgebracht; en derhalven besloot de aldus opgemaakten en in order gebragte Repartitie aan hen ter tekening toe te zenden; zoo heb ik dezelve echter slegts door één der leden getekend terug ontvangen; waaruit UWEGestr. thans duidelijk de onwilligheid der leden van den Raad dezen gemeente zult bespeuren, en gemakkelijk het onaangename beseffen, hetwelk zulks voor mij veroorzaakt’.

Schout van Anloo

Ondanks dergelijke strubbelingen bleef Hain Schummelketel gewoon eerste burger van Anloo. Op 13 juli 1819 werd Hain, net als alle andere scholtessen in Drenthe, formeel honerabel ontslagen als scholtes met dankbetuiging voor bewezen diensten. Per dezelfde datum werd hij benoemd tot schout van Anloo (praktisch dezelfde functie als scholtes maar met een andere naam). Hain moest zich op die dag zich om half elf 'laten vinden aan het Bureau van het Provinciaal Gouvernement ten einde in eed te worden genomen'.

Toen Hain 31 jaar oud was trad hij op dinsdag 24 september 1822 te Anloo in het huwelijk met Brechdina Wobbina de Blécourt . Zij was op dat moment 28 jaar en weduwe van Peter Kaspar Kost. Ze was in Coevorden geboren maar woonde in het Duitse Eberfelt. Zij nam twee kinderen uit haar eerste huwelijk mee: Hermann Kost en Justiena Amalia Kost. Brechdina de Blécourt stamde uit een Frans geslacht dat vanwege de protestantse geloofsovertuiging in de 16e eeuw vertrok uit Combrai (Frankrijk), zich via Antwerpen in Duitsland had gevestigd en van daaruit in Nederland. Anderhalf jaar na hun huwelijk werd het eerste kind geboren van de in totaal vijf kinderen die zij samen kregen.

Begin januari 1823 spande de Ingenieur Verificateur van het kadaster in Groningen, J.H. Jappé, een rechtszaak aan tegen de gemeente Anloo over een rekening die hij had ingediend voor kadastraal werk. Hain Schummelketel vertegenwoordigde de gemeente bij de Rechtbank van Eerste Aanleg. Er werden getuigen gehoord en het eind van het liedje was dat Jappé kon fluiten naar zijn centen. De gewiekste schout van Anloo was hem te slim af.

Burgemeester van Anloo

In augustus 1825 trad er opnieuw een naamsverandering op voor de eerste burgers van de provincie. In verband met de reorganisatie van het binnenland bestuur werd de naam schout veranderd in ‘burgemeester’. Hain Schummelketel werd opnieuw benoemd. Hij werd gelijk ook gemeentesecretaris van Anloo. Kort na zijn benoeming tot burgemeester van Anloo bracht Hain het archief van de nabuurgemeente Gieten op orde. Tevens voerde hij een efficiënt administratief systeem in voor deze gemeente. De nieuw benoemde burgemeester van Gieten, Hains vader, had daartoe, via de gouverneur van Drenthe, een verzoek ingediend. Een jaar later hield Hain Schummelketel het burgemeestersambt van Anloo voor gezien. De in Eext geboren landmeter Jan Albert Meursing volgde hem in september 1826 op. Hain Schummelketel bleef wel secretaris van Anloo en werd bovendien ontvanger van die gemeente.

Rijksontvanger te Anloo

Daarnaast werd hij aangesteld als rijksontvanger der directe belastingen, in- en uitgaande regten en accijnzen van de gemeenten Anloo, Vries en Zuidlaren. Hain Schummelketel moest voor deze laatste functie een borgtocht betalen van tweeduizend gulden, de prijs van een ‘dikke’ boerderij.

Hain Schummelketel verrichtte zijn werkzaamheden als rijksontvanger voorbeeldig. Jaar na jaar kwam hij in aanmerking voor een gratificatie. Maar in 1829 maakte Hain een administratieve uitglijder. Bij een controle door de Arrondissement Inspecteur werden er achterstand en slordigheden in de administratie geconstateerd. De inspecteur schreef aan de gouverneur van Drenthe: ‘Het spijt mij UHEGestr. dit rapport te moeten doen, ten aanzien van eenen ontvanger, van wiens zucht tot orde, gewone zorgvuldigheid en doorgaande nauwkeurigheid, ik overigens niet anders dan tevreden kan zijn’. De inspecteur stelde de gouverneur voor om ‘den Heer Ontvanger te Anloo’ te vermanen, de lichtst mogelijke straf. En zo geschiedde. Een kleine smet op het onberispelijke blazoen van Hain Schummelketel.

Rijksontvanger te Meppel

Het werd hem niet aangerekend toen Hain in het voorjaar van 1839 solliciteerde naar de betrekking van rijksontvanger der directe belastingen en accijnsen te Meppel, want hij werd op 26 april van dat jaar als zodanig door de koning benoemd. Hij moest voor deze post maar liefst ƒ 7800,- op tafel leggen als borgtocht; een zeer groot bedrag. Maar Meppel was ook een heel belangrijke plaats.

Hain kocht in Meppel een huis en tuin op het Koekkoekschut. Daar ging hij wonen met zijn gezin. Hain Schummelketel was acht jaar rijksontvanger te Meppel toen hij overleed op 25 oktober 1847. Hij was 56 jaar oud geworden. Zijn weduwe, Brechina Wobbina de Blécourt, stierf ruim twintig jaar later op 30 oktober 1866.

De oudste zoon van Hain Schummelketel , die naar zijn grootvader (de burgemeester van Gieten) Hendrik Willem heette, speelde een vooraanstaande rol in Meppel. Hij was azijnfabrikant en eigenaar-exploiteur van het logement ‘De Wildeman’ . Bovendien was hij brandmeester-generaal en opzichter van de mestspecie. Hij was getrouwd met Wijnanda Johanna Martina Dannenbergh. Hij liet de achternaam van zijn kinderen veranderen in Dannenbergh Schummelketel. De andere zoon van Hain werd koopman en vestigde zich te Uberfeld in Duitsland. Hij huwde met de weduwe van een zoon uit het eerste huwelijk van zijn moeder. Hij nam de achternaam van zijn stiefkinderen aan en noemde zich Johannes Kort in plaats van Johannes Schummelketel. Hains dochters Wobbina Catharina en Johanna Adolphina vertrokken naar respectievelijk Koog aan de Zaan en Arnhem. De derde -en jongste- dochter, trouwde in 1855 met de half-broer van Hain: Jan Schummelketel. Over hem gaat de volgende aflevering.

Geraadpleegde literatuur

P.T.F.M. Boekholt e.a., redactie ,Gemeentehuizen in Drenthe, blz. 27 e.v.

W. Houtman. De positie van de eerste burgemeesters en secretarissen. Waardeel 1993 blz. 207.

H.J. de Blécourt. Vanuit Combrai. Genealogie van de familie De Blécourt.

H.M. Luning. Drentse Biografieën, blz 101 (J.A. Meursing).

L. Buning. Het Herenbolwerk, blz. 118

Voornaamste geraadpleegde bronnen

Drents Archief:

Oude Staten Archieven toegangsnr. 0001, inventarisnr. 1662006 19 november 1812, inventarisnr. 1663031 21 november 1812 en 30 november 1812, inventarisnr. 166303 3 januari 1813 nr. 9 en 10 januari 1813 nr. 26, inventarisnr. 1663044 19 augustus 1813 nr. 9, inventarisnr. 1706 23 mei 1814;

Archief Schultegerechten toegangsnr. 0102 inventarisnr. 282 12e slachtmaand 1810 folionr. 311 t/m 313 ;

Archief Rechtbank Eerste Aanleg, toegangsnr. 0103, inventarisnr. 4003 nrs. 991, 992vo, 1012 en 1053, inventarisnr. 4004 nrs. 1372 en 1374vo.

Archief Gouverneur toegangsnr. 0040 12 augustus 1825 nr. 127, 20 augustus 1825 nr. 2, 8 april 1826 nr. 13, 1 mei 1829 nr. 8, 10 mei 1839 nr. 26, 5 juli 1839 nr 9, 11 juli 1839 nr. 3, 13 juli 1839 nr. 1 en 2 september 1839 nr 3;

Archief kabinet gouverneur toegangsnr. 0048 inventarisnr. 177;

Archief Nederlands Hervormde gemeente Gieten toegangsnr. 0357 inventarisnr 54 en lidmatenboek 1809;

Archief Nederlands Hervormde gemeente Anloo toegangsnr. 0299 19 augustus 1822 en inventarisnr. 166;

Archief notaris A. Homan te Assen toegangsnr. 0114.06 6 december 1822 nr. 96, 28 maart 1826 nr. 107;

Archief Mensinge toegangsnr. 0616 inventarisnr. 529;

Archief Succesiememoires Meppel 1847 nr. 67.

Teksten in grijs kader:

Anloo was een relatief grote gemeente toen Hein Schummelketel er eerste burger werd. Er woonden zo’n 1.500 mensen. Rolde telde circa 1.000 inwoners, Gieten 700 en Gasselte 350.

In 1813 verdiende maire Schummelketel 1194 francs, in 1814 ontving hij als scholtes 225 gulden. In het jaar van zijn vertrek (1826) was zijn wedde als burgemeester 275 gulden.

Samen met schout Jan Braams uit Gieten en Jan Seubering, meester-timmerman, eveneeens uit Gieten was Hain Schummelketel eigenaar van een korenwindmolen op Spijkerboor. In augustus 1821 verkochten ze die aan de molenaar Hendrikus Beenes. In maart 1817 was Hain mede-eigenaar geworden toen de molen geveild werd ten huize van Jan Braams in Gieten.

Hain Schummelketel en zijn huisgenoten hadden vergunning om gebruik te maken van de kerkbanken van de erven van Albert Braams in de hervormde kerk van Anloo. Het waren de banken die stonden achter elkaar tegen de muur in de noordwestelijk hoek van de kerk, recht tegenover de banken bestemd voor het collegie van kerkvoogden en de kerkeraad.

Teksten bij illustraties:

Wapen van de familie Schummelketel. (Afbeelding ter beschikking gesteld door de heer J. Niemeijer te Hoogeveen). Hain Schummelketel zegelde zijn brieven met dit wapen

Huwelijksaankondiging van Hain Schummelketel en Brechdina Wobbina de Blécourt in 1822; gezonden aan de heer Mr. J.W. Kymmell

Aanslag grondbelasting 1834 gemeente Anloo voor de eigendommen van de Kerk te Gieten, opgelegd door Hain Schummelketel